Obamacare en Cultuur

bhoguitarAfgelopen zaterdag heb ik met een groep vrienden een bokbier tocht gemaakt langs 7 cafés in de buurt van Haarlem. Heerlijk, zo’n combinatie van sportief 22 km lopen, en tevens de innerlijke mens verwennen. Bij één van de stops kwam ons gesprek al snel op de huidige politieke zaken die spelen, en in dit geval de Obamacare. Wat we ons afvroegen was niet zozeer wat er goed of slecht aan is, maar meer waarom veel mensen reageren zoals ze reageren. Wij, als Europeanen staan snel met het vingertje klaar dat een algemene ziektekostenverzekering fantastisch is, maar waarom zijn dan zoveel Amerikanen tegen? Kan het zijn dat er meer diepgewortelde gevoelens, zoals vrijheid, spelen waardoor er minder plek is om iets met andere ogen te bekijken?

Het is duidelijk, lijkt me, dat de Amerikaan een groot gevoel van vrijheid heeft en de Amerikaanse overheid veel meer gewenste afstand heeft tot zijn burger. Voor de Amerikaan is zorgen voor je eigen hachje een groot goed, hierdoor komt ook de voor ons onbegrijpelijke houding ten opzichte van wapens. Vele Amerikanen zien de ziektekostenverzekering als een grote inbreuk op hun privacy. Zij denken letterlijk “waar bemoei je je mee”? Dit kan je natuurlijk raar of belachelijk vinden maar je kunt ook denken, goh, wat is dat grappig dat wij hier zo anders over denken. Het is natuurlijk logisch dat, als er zulke grote verschillen zijn in opvattingen dat dit cultureel gevormd is en niet zomaar uit de lucht komt vallen. Wat hier tegenover elkaar staat is het ultieme land van de vrijheid tegenover onze verzorgingsstaat.

Als we eens kijken waar dat zichtbaar is, hier een paar voorbeelden. In een land als Amerika willen ze niet dat de overheid zich te erg bemoeid met het dagelijks leven en daarom werkt bijvoorbeeld het doneren aan cultuur daar zo goed, omdat het vanuit de mensen zelf komt. De mensen zien het als hun verantwoordelijkheid om dit in stand te houden. Bij ons zien we dit als een plicht van de overheid door middel van subsidies. Daar staat weer tegenover dat wij weer één van de meest plichtsgetrouwe belastingbetalers zijn. En hier kun je weer uit concluderen dat wij zeer goed snappen dat, als je de overheid deze verantwoordelijkheid geeft, je ze ook de middelen moet geven om het uit te voeren. Deze fundamenteel andere benadering van dezelfde zaak moet wel in ogenschouw worden gehouden, als we ergens een mening over hebben, lijkt me. Daarom gaat bijvoorbeeld ook de huidige benadering van de VVD mank, als het gaat om financiering van de culturele instellingen in Nederland. Ze willen een systeem, dat prima werkt in Amerika, invoeren in een gebied wat geheel ingesteld is op verzorging vanuit de staat. Deze zin kan je dus ook kopiëren als het gaat om ziektekostenverzekering invoeren in Amerika.

Op een gegeven moment gaat dit natuurlijk scheef en waar in Amerika veel minder belasting wordt betaald, zijn ze blijkbaar toch niet bij machte om het geld, wat niet naar de overheid gaat, goed te besteden aan hun lichamelijke zorg. Net zo goed dat een overheid bij ons, met alle belastingen die ze krijgt, blijkbaar geen goede balans meer kan vinden tussen uitgaven aan cultuur en zorg. Zoals met zo veel dingen zal de waarheid wel ergens in het midden liggen. Beetje minder overheidsbemoeienis en wat meer eigen verantwoordelijkheid en vice versa. Een beetje beter begrip hebben voor elkaars standpunten is altijd goed en dat is een waarheid die voor beide kanten van de oceaan opgaat.

Advertenties

Amerika kiest?

VoteNog een paar nachten slapen en het is weer presidentsverkiezingen in Amerika. Het blijft voor mij vreemd waarom zo’n groot democratisch land in mijn ogen een niet erg democratisch kiesstelsel heeft. Natuurlijk mag elke Amerikaan stemmen, mits hij zich heeft laten registreren als stemgerechtigde, maar dan nog wil dit niet zeggen dat de man met de meeste stemmen ook de nieuwe president van Amerika wordt. Dit komt omdat Amerika in de verkiezing werkt met zogenaamde kiesmannen.

Alle kleine staten krijgen 3 kiesmannen en naar gelang een staat groter is, zijn dit er dan meer. De grootste staat van Amerika, Californië, heeft bijvoorbeeld 55 kiesmannen. Over heel Amerika zijn totaal 538 kiesmannen te verdelen. Nu is het vreemde van dit systeem, dat als een kandidaat meer dan de helft van het aantal stemmen haalt in een staat, hij dan alle kiesmannen krijgt. Vanuit de geschiedenis zijn er staten, die overduidelijk democratisch of republikeins zijn. In deze staten zul je dan ook Romney of Obama nauwelijks zien, aangezien ze hun dure campagne dollars liever besteden in de zogenaamde swing-states. Zo is bijvoorbeeld Florida altijd een staat die 2 kanten op kan vallen en waar wel 29 kiesmannen te verdelen zijn. Hoe belangrijk het winnen van een swing-state is laat zich meten aan het vele geld wat hiermee gemoeid is. Om een vergelijk te maken. Nederlandse partijen geven in een verkiezingscampagne ongeveer tussen de 1,5 en 2 miljoen euro uit en in Amerika is dit rond de 1,5 miljard euro.

Als uiteindelijk alle kiesmannen verdeeld zijn, is ook de nieuwe president van Amerika duidelijk. Maar of deze kandidaat dan ook de meeste stemmen heeft gekregen, is maar de vraag.We hoeven niet eens zo ver terug in de tijd om hier een voorbeeld van te geven. Bij de verkiezingen van 2000 won George Bush van Al Gore met 5 kiesmannen meer (271 tegen 266). Maar als je alle stemmen van alle staten bij elkaar optelde had Al Gore 48,4% van de stemmen gekregen en George Bush 47,9%. Dit komt dus omdat kiezers niet altijd evenredig zijn vertegenwoordigd door hun kiesmannen. Zo zie je maar dat “de meeste stemmen gelden” niet altijd opgaat. Ook niet bij 1 van de grootste democratieën  van de wereld.